DE TENTOONSTELLING

De tentoonstelling staat onder de Hoge Bescherming van Hunne Majesteiten Koning Albert en Koningin Paola

De tentoonstelling wil een overzicht bieden van de schilderproductie in Brussel op het einde van de 15de en het begin van de 16de eeuw. De stad kende een bloeiperiode nadat de hertogen van Bourgondië het paleis op de Coudenberg uitgekozen hadden als favoriete verblijfplaats.


Van der Weyden sterft in 1464. Hij laat Brussel een belangrijk atelier na, dat vermoedelijk meerdere medewerkers telde. Geen van hen is geïdentificeerd behalve zijn zoon Pieter, aan wie dan weer geen enkel werk kan worden toegeschreven. De aanwezigheid van Hugo van der Goes in het Roode Klooster tussen ongeveer 1475 tot aan zijn dood in 1482, heeft eveneens een belangrijke rol gespeeld.  


In de Brusselse archieven komen talrijke schilders voor maar er kan, behalve met Aert van den Bossche en Jacop Sourdiaus, met geen van hen een schilderij worden verbonden. De grote meerderheid van de bewaarde werken is anoniem. Dit is een van de redenen waarom slechts enkele specialisten er tot nu toe aandacht aan hebben besteed.

 

De Brusselse schilders van het einde van de 15de eeuw boden, met hun eigen inbreng en vanuit het verlangen een prestigieuze traditie voort te zetten en tegelijk nieuwe wegen uit te proberen, nochtans originele oplossingen, zowel voor de ruimtelijke opbouw van de schilderijen als wat betreft de expressieve en verhalende afwikkeling. De talrijke opdrachten van het hof, de prelaten, de adel, belangrijke buitenlandse handelaren, de clerus en het patriciaat rond de hertogen van Bourgondië, verleenden de Brusselse schilders een uitstraling tot ver buiten de stadsgrenzen. Ze baanden de weg voor de vernieuwing van de jaren 1520, belichaamd door Bernard van Orley.

 

De tentoonstelling 'De Erfenis van Rogier van der Weyden. Schilderkunst in Brussel 1450-1520' zal vanaf vrijdag 22 november 2013 definitief sluiten