Aert van den Bossche en de Meester van de Barbaralegende

Dankzij een archiefdocument weten we dat Aert van den Bossche het altaarstuk met de Marteling van de heiligen Crispinus en Crispinianus schilderde. Hij was afkomstig van Brussel en was er ook raadsheer. Waarschijnlijk was hij een leerling of medewerker van Hugo van der Goes.

Aert van den Bossche schilderde ook het rechterluik van de Melbourne-triptiek. Deze toeschrijving steunt op stilistische vergelijking. Hiervoor werkte hij samen met de Meester van de Catharinalegende en de Meester van de vorstenportretten.

Volgens sommige kunsthistorici werkte Aert ook samen met de Meester van de Barbaralegende. In de Taferelen uit de legende van Hendrik II, bijvoorbeeld, mogen de personages op het linkerstuk toegeschreven worden aan Aert.

Over de toeschrijvingen aan Aert van den Bossche en de Meester van de Barbaralegende bestaat nog veel discussie: is hier sprake van een groot atelier met meerdere schilders of gaat het om verschillende Brusselse ateliers ? Door de schilderijen samen te brengen in een tentoonstelling kan men ze rechtstreeks vergelijken en zo het academisch debat stimuleren.