De “Meesters” met een noodnaam

Met uitzondering van twee gesigneerde schilderijen en vijf panelen, waarvan de authenticiteit gestaafd wordt door een document, zijn alle schilderijen in deze tentoonstelling anoniem. In de vijftiende eeuw signeerden kunstenaars bijna nooit hun werk en schilderijen die bewaard zijn, kunnen slechts zelden gelinkt worden aan een van de vele kunstenaars die in de archieven genoemd worden.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw, werden deze anonieme schilderijen op basis van stilistische verwantschappen geclassificeerd en gegroepeerd. Elke groep werd toegeschreven aan een "Meester", conventioneel vernoemd naar eenn van de schilderijen uit de groep (Meester van de Catharinalegende, Meester van de Barbaralegende, Meester van de Magdalenalegende), naar een reeks schilderijen (Meester van het leven van Joseph) of naar een kenmerk (Meester met het Geborduurde Loof, Meester van het gezicht op Sint-Goedele).

Dankzij de moderne onderzoekstechnieken, zoals infraroodreflectografie, kunnen we binnen elke groep verschillende handen onderscheiden. Daarom wordt vandaag aangenomen dat een groep eerder de productie van een of zelfs meerdere ateliers met verschillende medewerkers vertegenwoordigt, dan het werk van een enkele kunstenaar.