De opvolging van R. van der Weyden

Na Rogiers dood in 1464 werd het atelier hoogstwaarschijnlijk voortgezet onder leiding van zijn vrouw en zijn zoon Pieter, die ook schilder was. Mogelijk bleven Rogiers assistenten er ook werken.

Vermoedelijk werd Pieter van der Weyden (1437-1514/16) opgeleid in het atelier van zijn vader en was hij er gedurende enkele jaren actief als medewerker. Uit documenten weten we dat hij in het ouderlijk huis bleef wonen. Het enige dat we over zijn werk weten, is dat hij in 1486 betaald werd voor een memorietafel die in de Sint-Goedelekerk hing. Hoe dit schilderij er uitzag, is niet bekend.

Vroeger werd de Meester van de Catharinalegende geïdentificeerd als Pieter van der Weyden omdat hij verschillende motieven uit Rogiers werk kopieerde. Hij is echter lang niet de enige die dit deed. We kunnen ons evengoed afvragen of bijvoorbeeld de Meester van de Aanbidding van het Prado of de Meester van de Verlossing van het Prado vereenzelvigd mogen worden met Pieter van der Weyden. Ook de Sforzatriptiek of de luiken van het retabel van Ambierle zouden in theorie van Pieters hand kunnen zijn en zo zijn er nog meer te noemen.