Hugo van der Goes en Brussel

Hugo van der Goes was meester bij het Gentse schildersgilde in 1467. Rond 1475-6, nam hij zijn intrek in de priorij van het Rood Klooster, vlakbij Brussel, waar hij in 1482 stierf. Meestal wordt hij als een Gentse schilder beschouwd en onderschat men daardoor zijn invloed op de Brusselse schilderkunst.

Uit de kroniek van monnik Gaspar Ofhuys weten we dat "frater Hugo" tijdens zijn verblijf in de priorij bleef schilderen. Zijn reputatie was zo groot dat zelfs keizer Maximiliaan hem met een bezoek vereerde. In de romantische context van de negentiende eeuw werden zijn vlagen van waanzin, zoals door Ofhuys beschreven, waarschijnlijk overdreven.

De stijl van Van der Goes had een impact op verschillende schilders die in Brussel actief waren. Bij de Meester van het leven van Jozef herkennen we niet alleen het zoeken naar expressiviteit en het benadrukken van beweging, beide zo kenmerkend voor Hugo’s werk, maar hij liet zich ook door de composities zelf inspireren. Datzelfde geldt voor Aert van den Bossche die misschien een medewerker was van Van der Goes. De portretten van de Meester van de vorstenportretten, minder geïdealiseerd dan die van Rogier, zijn hem eveneens schatplichtig.